Next (right)

Schilderijen Kamper topografie, landschap, stilleven

Schilderijen Portetten

Wobbe Alkema

Anthony Beek

Johannes Daniel Belmer

Johannes Boele

Jan Brokkelkamp

Frederik Jacobus Buijtendijk

Hendrik Jan de Cock

Adolf Marinus Johannes Diemont

Hendrik Jan van Dijk

Jan van Driel

Evert Cornelis Ekker

Tijmen (Tiem) Evink

Jan Jacob Fels

Jacobus Cornelis Gaal

Abraham de Haen

Christianus Hendrikus Hein

Hendrik Jan Hein

Gerrit Hondius

Lucie van Dam van Isselt

Sjaak Kaashoek

Kees Kieft

B de Kleine

Hendrik Marinus Johannes Kosters

Gerrit Jan Kruishoop

Johan Lentink

Cornelis Helenis Lodewijk Middelkoop

Emile Moulin

Tan ai Ngin

Hendrik Poeder

Cornelis Pronk

Arend Jan Reijers

Pieter Remmers

Nicolaas Johannes Roosenboom

Martin Jan van Santen

Bert Schilder

Hens van der Spoel

Cornelis Springer

Sebastiaan (Bas) Steller

Anton Stivarius

Adriaan Christiaan Willem Terhell

Willem Bastiaan Tholen

Erszike Tóth

Pieter Gerhardus Valentijn

Willem van der Ven

Albert Vinke

Jan Voerman

Albert Cornelis Vos

Diverse tekeningen

Previous (left)

Kunst collectie


SNS Historisch Centrum

 Contact            Disclaimer             Facebook             Youtube

Contact disclaimer

C.H.L. (Cornelis Helenis Lodewijk) Middelkoop (1857-1931)

De in Nieuwkuik geboren Middelkoop woonde en werkte van 1882 tot 1890 in Den Haag, waar hij studeerde aan de Academie voor Beeldende Kunsten. Daarna woonde hij in Doetinchem en Terborg en waarschijnlijk ook enige tijd in Gaanderen.

Aan het eind van de 19de eeuw zal hij naar Kampen zijn vertrokken, waar hij bleef tot zijn dood in 1931. In het Kamper Adresboek over 1897 wordt hij vermeld als ‘porceleinschilder’. Het is de periode dat in Kampen wordt getracht een keramiekindustrie van de grond te krijgen, wat mogelijk de reden voor zijn komst naar de stad is geweest. In jongere adresboeken staat hij vermeld als kunst- of emailleschilder. In die laatste hoedanigheid was hij werkzaam voor de emaillefabrieken van H. Berk en Zoon.

De wisseling van beroepsomschrijving en een nogal ambulante wooncarriëre wijzen waarschijnlijk op een zwaar bevochten bestaan, waarin hij toch een eigen positie in de plaatselijke gemeenschap zal hebben verworven. Zo behaalde hij in 1903 en 1907 diploma’s op plaatselijke tentoonstellingen. Zijn oeuvre is breed georiënteerd, zowel qua onderwerp als gehanteerde techniek. Het bestaat uit autonoom en toegepast werk.