Next (right)

Schilderijen Kamper topografie, landschap, stilleven

Schilderijen Portetten

Wobbe Alkema

Anthony Beek

Johannes Daniel Belmer

Johannes Boele

Jan Brokkelkamp

Frederik Jacobus Buijtendijk

Hendrik Jan de Cock

Adolf Marinus Johannes Diemont

Hendrik Jan van Dijk

Jan van Driel

Evert Cornelis Ekker

Tijmen (Tiem) Evink

Jan Jacob Fels

Jacobus Cornelis Gaal

Abraham de Haen

Christianus Hendrikus Hein

Hendrik Jan Hein

Gerrit Hondius

Lucie van Dam van Isselt

Sjaak Kaashoek

Kees Kieft

B de Kleine

Hendrik Marinus Johannes Kosters

Gerrit Jan Kruishoop

Johan Lentink

Cornelis Helenis Lodewijk Middelkoop

Emile Moulin

Tan ai Ngin

Hendrik Poeder

Cornelis Pronk

Arend Jan Reijers

Pieter Remmers

Nicolaas Johannes Roosenboom

Martin Jan van Santen

Bert Schilder

Hens van der Spoel

Cornelis Springer

Sebastiaan (Bas) Steller

Anton Stivarius

Adriaan Christiaan Willem Terhell

Willem Bastiaan Tholen

Erszike Tóth

Pieter Gerhardus Valentijn

Willem van der Ven

Albert Vinke

Jan Voerman

Albert Cornelis Vos

Diverse tekeningen

Previous (left)

Kunst collectie


SNS Historisch Centrum

 Contact            Disclaimer             Facebook             Youtube

Contact disclaimer

Jacobus Cornelis Gaal (1796 – 1866)

J.C. Gaal, geboren te Oost-Souburg, woonde vanaf 1855 in Kampen aan de Cellebroedersweg. Hij is bekend van zijn landschapsschilderijen en etsen, maar vooral van de vier Oranjeportretten die zijn opgenomen in de beroemde Oranjegalerij van het voormalige Nieuwe Raadhuis, nu een onderdeel van het Stedelijk Museum Kampen: de enige complete reeks Oranjeportretten van Nederland. J.C. Gaal schilderde de enigszins stijve beeltenissen van stadhouder Willem V, en van koning Willem I, II en III. Hij komt uit een geslacht dat lange tijd in Middelburg woonde, maar ook geruime tijd een belangrijke rol speelde in Kampen en waarvan diverse leden, onder wie zijn vader Pieter Gaal, over artistieke gaven beschikten. Van Jacobus prestatie op het gebied der schilderkunst moeten we ons volgens de Kamper Almanak 1946-1947 ‘geen groote voorstelling maken’. ‘Het schijnt dat hij het meer als een handwerk dan een kunst opvatte.’ In 1844 vertrok hij naar Den Haag, om zich omstreeks 1855 weer in Kampen te vestigen, waar hij voorzitter werd van de kunstenaarsvereniging.